Betekenis van:
aanhechting

aanhechting
Zelfstandig naamwoord
  • het aanhechten
"De aanhechting van een nieuwe wandbekleding."
aanhechting
Zelfstandig naamwoord
  • plaats waar aangehecht is
"De aanhechting van de spieren."

Voorbeeldzinnen

  1. Alleen de aanhechting van Sernam aan de Geodis-groep kon niet worden gerealiseerd onder de voorwaarden en binnen de termijn die waren overeengekomen in het op 21 april 2000 tussen de SNCF en Geodis ondertekende protocol van overeenstemming.