Betekenis van:
zakenvrouw

zakenvrouw (de ~ | meervoud zakenvrouwen)
Zelfstandig naamwoord
  • vrouw die zaken doet
"ze is geen echte zakenvrouw"

Hyperoniemen

Hyponiemen

zakenvrouw
Zelfstandig naamwoord
  • een vrouwspersoon die zich toericht op commerciële activiteiten
"Zij staat bekend als een gewiekste zakenvrouw."

Voorbeeldzinnen

  1. Zakenvrouw, echtgenote van generaal Chiwenga, commandant van de strijdkrachten
  2. Zakenvrouw, geboren 19.5.1955, gehuwd met Generaal Chiwenga, bevelhebber van de strijdkrachten.
  3. Zakenvrouw, geboren 19.5.1955, gehuwd met generaal Chiwenga, commandant van de strijdkrachten Betrokken bij activiteiten die de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat ernstig ondermijnen.