Betekenis van:
burgemeester
burgemeester (de ~ | meervoud burgemeesters)
Zelfstandig naamwoord
- burgemeester; hoofd v.e. gemeente
"burgemeester en wethouders"
"eens burgemeester blijft burgemeester"
Synoniemen
Hyperoniemen
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
- hoofd van het gemeentebestuur
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
- het bord onder de spil van een molen
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
- de naam van een tweetal meeuwensoorten:
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
- de grote burgemeester
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
- de kleine burgemeester
Voorbeeldzinnen
- Ze verkozen haar tot burgemeester.
- We verkozen hem tot burgemeester.
- De burgemeester is nu niet beschikbaar.
- Burgemeester
- De burgemeester van Śrem
- burgemeester van Nagykanizsa
- burgemeester van Tallinn
- burgemeester van Latina
- burgemeester van Candela
- burgemeester van Pisa
- burgemeester van Viterbo
- burgemeester van Tartu
- Waarnemend burgemeester van Harare
- Voormalig burgemeester van Harare.
- Burgemeester van Białystok