Betekenis van:
burgemeester

burgemeester (de ~ | meervoud burgemeesters)
Zelfstandig naamwoord
  • burgemeester; hoofd v.e. gemeente
"burgemeester en wethouders"
"eens burgemeester blijft burgemeester"

Synoniemen

Hyperoniemen

burgemeester
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd van het gemeentebestuur
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
  • het bord onder de spil van een molen
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
  • de naam van een tweetal meeuwensoorten:
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
  • de grote burgemeester
burgemeester
Zelfstandig naamwoord
  • de kleine burgemeester

Voorbeeldzinnen

  1. Ze verkozen haar tot burgemeester.
  2. We verkozen hem tot burgemeester.
  3. De burgemeester is nu niet beschikbaar.
  4. Burgemeester
  5. De burgemeester van Śrem
  6. burgemeester van Nagykanizsa
  7. burgemeester van Tallinn
  8. burgemeester van Latina
  9. burgemeester van Candela
  10. burgemeester van Pisa
  11. burgemeester van Viterbo
  12. burgemeester van Tartu
  13. Waarnemend burgemeester van Harare
  14. Voormalig burgemeester van Harare.
  15. Burgemeester van Białystok