Betekenis van:
voogd

voogd (de ~ | meervoud voogden)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. aan wie door de wet, de rechter of bij testament de taak is opgedragen om voor de belangen van minderjarigen te zorgen en hen te vertegenwoordigen
"voogd over [je neef]"
"toeziend voogd"

Hyperoniemen

voogd
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die als vervanger het ouderlijk gezag uitoefent

Voorbeeldzinnen

  1. voogd
  2. MOEDER (VROUWELIJKE VOOGD)
  3. VADER (MANNELIJKE VOOGD)
  4. BEROEP VAN DE OUDERS (VOOGD)
  5. bv. advocaat ** bv. ouder, voogd, directeur *** facultatief
  6. toestemming van ouders of voogd (indien een minderjarige zonder ouders of voogd reist);
  7. (voor minderjarigen: handtekening persoon die ouderlijk gezag uitoefent/voogd)
  8. Handtekening (voor minderjarigen: handtekening persoon die ouderlijk gezag uitoefent/voogd)
  9. Verlies/schorsing van het recht om voogd te zijn [3]
  10. Bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent of de voogd van een beschermde meerderjarige.
  11. Voogd voor een persoon die handelingsonbekwaam is of voor een minderjarige.
  12. Bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent of de voogd van een beschermde meerderjarige.
  13. HOOGSTE NIVEAU VAN DOOR OUDERS (VOOGD) MET SUCCES AFGESLOTEN ONDERWIJS OF OPLEIDING
  14. Voor minderjarigen: Achternaam, voornaam, adres (indien dat verschilt van dat van de aanvrager) en nationaliteit van ouderlijk gezag/voogd
  15. is de wettelijke behartiger [6] Bijvoorbeeld de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent of de voogd van een beschermde meerderjarige.