Betekenis van:
de
de
Lidwoord
- wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en altijd voor het meervoud, waarbij het een specifieke persoon of ding aanduidt in plaats van het algemene geval
de
Lidwoord
- wordt gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en altijd voor het meervoud, waarbij het een specifieke persoon of ding aanduidt in plaats van het algemene geval
Voorbeeldzinnen
- De politieman arresteerde de inbreker.
- De pot verwijt de ketel.
- De politieagent bestuurt de auto.
- De kaarsen verlichtten de kamer.
- De dokter onderzocht de patiënten.
- De gelegenheid maakt de dief.
- De middelvinger is de langste.
- De gelegenheid maakt de dief.
- De politieman achtervolgde de inbreker.
- De regering van de Verenigde Staten heeft drie machten: De uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke.
- In de meeste verkiezingen wint de kandidaat met de meerderheid van de stemmen de verkiezing.
- De wens is de vader van de gedachte.
- De kerk is juist aan de overkant van de straat.
- De Heilige Schrift van de moslims is de Koran.
- De sneeuw heeft de hele stad bedekt gedurende de nacht.