Betekenis van:
kruiselings

kruiselings
Bijvoeglijk naamwoord
  • met de vorm van een kruis; gekruist
"met de benen kruiselings over elkaar geslagen zitten"
"kruiselings passeren"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Deze mogelijkheid om marktmacht te gebruiken kan worden aangeduid als een „verticaal kruiselings markteffect”.
  2. de onderliggende verplichting en de referentieverplichting of de verplichting waarvan gebruik wordt gemaakt om te bepalen of er zich een kredietgebeurtenis heeft voorgedaan, al naargelang het geval, hebben dezelfde debiteur (dat wil zeggen dezelfde rechtspersoon), en er is voorzien in juridisch afdwingbare kruiselingse kredietverzuimclausules of kruiselings vervroegde-opeisbaarheidsclausules.
  3. „diagonaal-gordel (bias-belted)”, een bandstructuur met diagonale constructie waarin het karkas is bevestigd door een gordel, die uit twee of meer koordlagen bestaat die volstrekt onrekbaar zijn en kruiselings over elkaar liggen onder een hoek die bijna overeenstemt met die van het karkas;