Betekenis van:
schreef
schreef
Zelfstandig naamwoord
- bovengrens, uiterste
"Je gedrag is ver over de schreef."
schreef
Zelfstandig naamwoord
- maatstreep
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Hij schreef een brief.
- Wie schreef dit boek?
- Hij schreef noch telefoneerde.
- Ze schreef me snel terug.
- Faber schreef boeken over insecten.
- Ik schreef haar elke dag een brief.
- Ik schreef haar een lange brief.
- Tom schreef zijn naam op het bord.
- De dokter schreef medicijnen voor voor de patiënt.
- hij schreef dit book toen hij 20 jaar was.
- Fred schreef aan zijn moeder een lange brief.
- De beroemde auteur schreef nog een goed verkocht boek.
- De broer schreef een brief aan de zus.
- Wetsdecreet nr. 91-A/77 schreef voor dat RTP wegens zijn structurele crisis door een bestuurscommissie moest worden beheerd.
- Volgens de Rekenkamer schreef de regeling die in het ministerieel besluit stond in het bijzonder voor dat de geplande terugbetalingen in een grafiek moesten worden vastgelegd, waarin de afbetalingstermijnen aan de overheid nauwkeurig zijn vermeld.