Betekenis van:
beletten

beletten
Werkwoord
  • iets of iemand storen in zijn/haar bezigheden
"De automobilisten begonnen te toeteren omdat de verhuisauto de doorgang belette."

Voorbeeldzinnen

  1. inspecteurs beletten hun taken te vervullen;
  2. Eventuele knielsystemen die op een voertuig zijn aangebracht, beletten:
  3. te beletten dat onbevoegden toegang krijgen tot het netwerk;
  4. Lid 1 verplicht lidstaten niet eigen onderdanen te beletten hun grondgebied binnen te komen.
  5. Dit mag de bevoegde autoriteiten niet beletten om tijdens de uitbetalingstermijn verdere herstructureringsinspanningen te leveren.
  6. Het ontgrendelen van de deuren moet het inschakelen van de tractie beletten.
  7. natuurlijke achtergrondconcentraties voor metalen en hun verbindingen, indien deze de naleving van de MKN beletten, en
  8. Het ontgrendelen van de deuren moet het inschakelen van de tractie beletten.
  9. De leden 1 tot en met 7 beletten de bevoegde autoriteiten niet om:
  10. De voorwaarde inzake het economische belang van de investering kan een dergelijke optimalisatie evenwel niet beletten.
  11. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:
  12. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van:
  13. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of doorreis via hun grondgebied te beletten van personen die:
  14. Originelen worden slechts verstrekt indien de geldende bepalingen van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, dat niet beletten.
  15. De toegang tot de luchtzijde wordt beperkt om onbevoegde personen en voertuigen te beletten deze zones binnen te komen.