Betekenis van:
overtreder

overtreder (de ~ | meervoud overtreders)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die een overtreding begaat

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Inbreuken op het bij deze verordening beschermde statistische geheim zouden doeltreffend moeten worden beteugeld, wie ook de overtreder is.
  2. Van misbruik van een identiteit is sprake wanneer een overtreder gebruik maakt van de identiteit (naam, voornaam, geboortedatum) van een werkelijk bestaande persoon.
  3. Iedere inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan, bloot aan de straffen volgens de wetgeving van dat land.
  4. Als het antwoord op vraag 2.1 „ja” is, vermeld dan tegen welk artikel van Verordening (EG) nr. 850/2004 de inbreuk is begaan, geef een korte beschrijving van de inbreuk en geef aan welke sanctie aan de overtreder is opgelegd.