Betekenis van:
zelden

zelden
Bijwoord
  • bijzonder weinig voorkomend
"Hij heeft zelden aan deze zaak aandacht besteed."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben zelden verkouden.
  2. Nancy glimlacht zelden.
  3. Italianen praten zelden over politiek.
  4. Een ongeluk komt zelden alleen.
  5. Haastige spoed is zelden goed.
  6. Hij is zelden goed gehumeurd.
  7. Een ongeluk komt zelden alleen.
  8. Ik hoor zelden van hem.
  9. Een ongeluk komt zelden alleen.
  10. Tom is zelden laat voor school.
  11. Hij schrijft zelden naar zijn vader.
  12. Hij gaat zelden naar de kerk.
  13. Zulke aardige mensen als jou kom je maar zelden tegen.
  14. Mijn moeder kijkt s'avonds zelden naar de televisie.
  15. Levend op het platteland, zoals hij dat deed, kwam hij zelden in de stad.