Betekenis van:
achteruitgang
achteruitgang
Zelfstandig naamwoord
- uitgang aan de achterzijde.
achteruitgang
Zelfstandig naamwoord
- het verminderen van de situatie, afname.
Voorbeeldzinnen
- achteruitgang van de zuurstofsensor;
- waarschijnlijke achteruitgang van de veiligheidsprestatie.
- mogelijke achteruitgang van de veiligheidsprestatie;
- Ombuiging van de achteruitgang van de biodiversiteit
- VERONTRUST door de voortdurende achteruitgang van die hulpbronnen;
- Zorgen voor een minimaal onderhoud en achteruitgang van habitats voorkomen
- de staat van het luchtframe, de krachtbron en de systemen, rekening houdend met mogelijke achteruitgang.
- mariene ecosystemen die zeer vatbaar zijn voor achteruitgang als gevolg van antropogene activiteiten;
- Een algemene achteruitgang van de Beierse petrochemische industrie is echter vrij onwaarschijnlijk.
- Een aantal indicatoren liet tijdens de betrokken periode een sterke achteruitgang zien.
- De vraag blijft aanhouden, hoewel in 2008-2009 een lichte achteruitgang verwacht wordt.
- door de onzekere rentabiliteitsvooruitzichten in verband met de voortdurende achteruitgang van de financiële situatie.
- vrijwillige rapporten over achteruitgang of verstoring van de luchtvaartnavigatiediensten op luchthavens;
- Afname van de vraag als gevolg van de achteruitgang op de staalmarkt
- betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand