Betekenis van:
kustvaart

kustvaart (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • handel over zee langs de kust

Hyperoniemen

kustvaart
Zelfstandig naamwoord
  • het bedrijven van meestal beroepsmatige scheepvaart langs kusten en op zeearmen

Voorbeeldzinnen

  1. Zee- en kustvaart
  2. Zee- en kustvaart, personenvervoer
  3. Zee- en kustvaart
  4. Zee- en kustvaart, goederenvervoer
  5. ’Zee- en kustvaart, personenvervoer’ en ’Zee- en kustvaart, goederenvervoer’
  6. beheerssystemen voor het kustvaart- en havenverkeer;
  7. Zeevervoer (kustvaart en grote vaart) en short sea shipping
  8. Het kan daarbij gaan om zee-, binnen- en kustvaart.
  9. Die schepen zouden in hoofdzaak bestemd zijn voor vervoersactiviteiten in de kustvaart, op een markt die toentertijd nog niet voor concurrentie was opengesteld.
  10. Hun infrastructuur biedt een reeks diensten voor het vervoer van reizigers en goederen, waaronder veerdiensten, scheepvaartverbindingen over korte en lange afstand met inbegrip van kustvaart, binnen de Unie en met derde landen.
  11. In hun laatste brief van 8 maart 2007 betogen de Italiaanse autoriteiten dat de op basis van wet nr. 11/1988 toegekende financiering de aanschaf van schepen tussen 24 en 138 ton betrof. Die schepen zouden in hoofdzaak bestemd zijn voor vervoersactiviteiten in de kustvaart, op een markt die toentertijd nog niet voor concurrentie was opengesteld.