Betekenis van:
minstens

minstens
Bijwoord
  • met als minimum
"Er waren minstens twintig mensen aanwezig."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik lees elke maand minstens één boek.
  2. Je moet minstens twee keer per dag je tanden poetsen.
  3. Het is de moeite waard om deze boeken minstens eenmaal te lezen.
  4. Wij allen proberen minstens een keer per jaar bijeen te komen.
  5. "Ja, dat ben ik," zei Al-Sayib. "Maar er is er minstens één van ons in elk land. En we houden allemaal van Fanta en van noobs op hun plaats zetten."
  6. minstens 55 %
  7. minstens 20 %
  8. minstens 5 %
  9. minstens 60 gewichtspercenten fluor.
  10. minstens 60 gewichtspercenten fluor.
  11. Minstens vier bemanningen.
  12. lengte draad: minstens 2,0 m
  13. minstens 18 jaar oud is;
  14. minstens 18 jaar oud is;
  15. minstens 165 mm uit elkaar,