Betekenis van:
maandelijks
maandelijks
Bijvoeglijk naamwoord
- elke maand
"het maandelijks inkomen"
"hij betaalt maandelijks zijn bijdrage"
Hyperoniemen
maandelijks
Bijvoeglijk naamwoord
- iedere maand een keer
"Dit is een maandelijkse bijdrage."
maandelijks
Bijvoeglijk naamwoord
- iedere maand een keer
"Wij gaan maandelijks vissen."
maandelijks
Bijwoord
- iedere maand een keer
"Wij gaan maandelijks vissen."
Voorbeeldzinnen
- Maandelijks
- Maandelijks.
- M = maandelijks
- Maandelijks bedrag
- maandelijks ten bedrage van
- Maandelijks per vangsttechniek (aanhangsel III)
- Gegevens betreffende gemiddeld maandelijks inkomenI.
- Maandelijks gemiddeld aantal/volume invoertransacties
- D maandelijks E ander *** ID * Code
- Bruto maandelijks bedrag van de uitkering: …
- De accijns moet maandelijks worden betaald.
- Maandelijks (netto)loon uit eerste werkkring
- MAANDELIJKS NETTO-INKOMEN VAN HET HUISHOUDEN
- Zij wordt maandelijks op het salaris ingehouden.
- maandelijks voor de energiestatistieken in bijlage C;