Betekenis van:
maandelijks

maandelijks
Bijvoeglijk naamwoord
  • elke maand
"het maandelijks inkomen"
"hij betaalt maandelijks zijn bijdrage"

Hyperoniemen

maandelijks
Bijvoeglijk naamwoord
  • iedere maand een keer
"Dit is een maandelijkse bijdrage."
maandelijks
Bijvoeglijk naamwoord
  • iedere maand een keer
"Wij gaan maandelijks vissen."
maandelijks
Bijwoord
  • iedere maand een keer
"Wij gaan maandelijks vissen."

Voorbeeldzinnen

  1. Maandelijks
  2. Maandelijks.
  3. M = maandelijks
  4. Maandelijks bedrag
  5. maandelijks ten bedrage van
  6. Maandelijks per vangsttechniek (aanhangsel III)
  7. Gegevens betreffende gemiddeld maandelijks inkomenI.
  8. Maandelijks gemiddeld aantal/volume invoertransacties
  9. D maandelijks E ander *** ID * Code
  10. Bruto maandelijks bedrag van de uitkering: …
  11. De accijns moet maandelijks worden betaald.
  12. Maandelijks (netto)loon uit eerste werkkring
  13. MAANDELIJKS NETTO-INKOMEN VAN HET HUISHOUDEN
  14. Zij wordt maandelijks op het salaris ingehouden.
  15. maandelijks voor de energiestatistieken in bijlage C;