Betekenis van:
muskus

muskus
Zelfstandig naamwoord
  • de geurstof uitgescheiden door de geurklieren van bepaalde zoogdieren
"Sommige mensen vinden muskus lekker reuken, maar ik vind het te aanwezig."

Voorbeeldzinnen

  1. Muskus
  2. Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd;
  3. Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd
  4. Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd