Betekenis van:
ternauwernood
ternauwernood
Bijwoord
- bijna niet, op het nippertje
"Hij kwam er ternauwernood levend vanaf."
Voorbeeldzinnen
- De lichte verbetering in 2000 en 2001, die ruimschoots onvoldoende was omdat het rendement op de investeringen slechts 1 % bedroeg en de negatieve cashflow ternauwernood weer positief was geworden, werd in het onderzoektijdvak gevolgd door een verslechtering.