Betekenis van:
nooit

nooit
Bijwoord
  • op geen enkel moment

Voorbeeldzinnen

  1. Het is nooit gebeurd.
  2. Ik drink nooit.
  3. Hij liegt nooit.
  4. Beter laat dan nooit.
  5. Ze liegen nooit.
  6. Je bent nooit thuis.
  7. Nu of nooit!
  8. Ik geef nooit op.
  9. Hij verliest nooit de hoop.
  10. Ze zullen nooit akkoord gaan.
  11. Ik zal je nooit vergeten.
  12. Tom drinkt thuis nooit bier.
  13. Dat heb ik nooit gezegd!
  14. Maar ik had jou nooit.
  15. Eén taal is nooit genoeg.