Betekenis van:
nergens

nergens
Bijwoord
  • op geen enkele plaats
"Dat zul je nergens aantreffen."
nergens

Voorbeeldzinnen

  1. Dit slaat nergens op.
  2. Dit slaat nergens op.
  3. We zagen hem nergens.
  4. Het is nergens veilig.
  5. Dit slaat nergens op.
  6. Ik kan hem nergens vinden.
  7. Ze is nergens bang voor.
  8. Ik kon het nergens vinden.
  9. Deze zin slaat nergens op.
  10. Ik ben nergens schuldig aan.
  11. De ring kon nergens gevonden worden.
  12. De ring was nergens te vinden.
  13. Zonder jou ga ik nergens heen
  14. De ring was nergens te vinden.
  15. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.