Betekenis van:
oogheelkunde

oogheelkunde (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • tak v.d. wetenschap mbt. de ogen

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. OOGHEELKUNDE/OFTALMOLOGIE
  2. Oogheelkunde/Oftalmologie
  3. Geneesmiddelen voor oogheelkunde
  4. Op het gebied van de oogheelkunde
  5. Instrumenten, apparaten en toestellen voor de oogheelkunde
  6. andere instrumenten, apparaten en toestellen voor de oogheelkunde
  7. Alternatieven: Ciprofloxacine, cefamandol, gewoonlijk in de oogheelkunde gebruikte antibiotica.
  8. Doel: Behandeling van ooginfecties die resistent zijn voor de gewoonlijk in de oogheelkunde gebruikte antibiotica.
  9. de besturing van de machine is beperkt tot het gebruik van "programmatuur" op het gebied van oogheelkunde voor de gegevensinvoer van de werkstukprogramma's; en
  10. In tegenstelling tot de gewoonlijk in de oogheelkunde gebruikte antibiotica moet ofloxacine uitsluitend worden gebruikt als een reserveantibioticum voor individuele gevallen.
  11. CPA 32.50.13: Spuiten, naalden, katheters, canules en dergelijke; instrumenten, apparaten en toestellen voor de oogheelkunde of voor andere medische specialismen, n.e.g.