Betekenis van:
dikwijls
dikwijls
Bijwoord
- vele malen
Voorbeeldzinnen
- Wij spelen dikwijls schaak.
- Hij gaat dikwijls te voet naar school.
- Hij rijdt dikwijls naar de bibliotheek.
- Ik speel dikwijls voetbal na de les.
- Ik zit dikwijls in de problemen.
- Ik heb het je dikwijls gezegd.
- Na de school spelen we dikwijls schaak.
- Als kind ging ik dikwijls vissen met mijn vader.
- In haar twintig eerste levensjaren werd ze dikwijls voor een jongen gehouden.
- Men zegt dikwijls dat Japans een moeilijke taal is om te leren.
- Een goede verwachting wordt dikwijls teleurgesteld
- Deze ondernemingen concurreren dikwijls ook met andere ondernemingen.
- Deze inbreuken overschrijden dikwijls de grenzen tussen de lidstaten.
- De ziekte is dikwijls ernstig en het sterftecijfer ligt hoog.
- Dit komt doordat staalkoord-transportbanden dikwijls op maat worden gemaakt voor specifieke toepassingen.