Betekenis van:
oosten

oosten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • één v.d. vier windstreken
"ten oosten van [Groningen]"
"op het oosten (liggen/staan)"

Hyperoniemen

oosten (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • gedeelte van een plaats, land, van de gezichtseinder dat gelegen is aan de kant van die windstreek
"de Wijzen uit het Oosten"
"in het oosten"

Hyperoniemen

oosten
Zelfstandig naamwoord
  • een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
"De zon komt op in het oosten."

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn kamer kijkt uit op het oosten.
  2. Licht uit het oosten
  3. De professor hield een college over het Midden-Oosten.
  4. De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.
  5. Culturen uit het Oosten en het Westen ontmoeten elkaar in dit land.
  6. Chabarovsk is één van de grootste steden in het verre oosten van Rusland.
  7. Het merendeel van de mensen die met een vork eten, woont in Europa, Noord-Amerika en Latijns-Amerika; mensen die met stokjes eten, wonen in Afrika, in het Nabije Oosten, in Indonesië en in India.
  8. Mensen die met een vork eten, wonen voornamelijk in Europa, Noord-Amerika en Latijns Amerika; mensen die met stokjes eten, wonen in Oost-Azië, en mensen die met hun vingers eten wonen in Afrika, het Nabije Oosten, Indonesië en India.
  9. Kurkuma is in het Oosten bekend sinds de oudheid en wordt al lange jaren door de Indiërs als kruid gebruikt.
  10. Midden-Oosten.”.
  11. Verre Oosten
  12. Schotland (Oosten)
  13. Engeland (Oosten)
  14. Midden-Oosten.
  15. Nabije en Midden–Oosten