Betekenis van:
benig

benig
Bijvoeglijk naamwoord
  • waarvan been of bot een groot deel uitmaakt
"Die benige vis is niet te eten."
benig
Bijvoeglijk naamwoord
  • met sterk uitkomende beenderen
"benige handen/vingers"
"een benig gezicht/voorhoofd"

Synoniemen

Hyperoniemen