Betekenis van:
bagagedrager

bagagedrager
Zelfstandig naamwoord
  • een rek op de fiets waarop bagage bevestigd kan worden
"Mijn bagagedrager is momenteel kapot en moet gerepareerd worden."
bagagedrager (de ~ | meervoud bagagedragers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die bagage voor een ander draagt; rekje achterop de fiets; iemand die bagage sjouwt

Synoniemen

Hyperoniemen