Vertaling van spouse

Engels
Nederlands
spouse {zn.}
ga
eegade
eega [m]
gade
wederhelft
wife, mate, spouse {zn.}
vrouw  [v]
echtgenote  [v]
gemalin [v]
My wife is a vegetarian.
Mijn vrouw is een vegetariër.
Here is my wife, Minna.
Hier is mijn vrouw, Minna.
husband, mate, spouse {zn.}
echtgenoot  [m]
man  [m]
gemaal
Her late husband was a violinist.
Wijlen haar echtgenoot was violist.
She hated her husband.
Ze haatte haar echtgenoot.

Gerelateerd aan spouse

wife - mate - husband