Vertaling van schade

Inhoud:

Nederlands
Duits
schade [v] {zn.}
Schaden [m] (der ~)
De storm veroorzaakte veel schade.
Der Sturm hat großen Schaden verursacht.
schade [v], zonde {zn.}
Schaden [m] (der ~)
bedauerliche Sache
Nachteil [m] (der ~)
deficit [o], schade [v], nadeel, strop, verlies {zn.}
Verlust [m] (der ~)


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

De storm veroorzaakte veel schade.

Der Sturm hat großen Schaden verursacht.

Het zal schade aanrichten aan de oogst.

Es wird die Ernte schädigen.


Gerelateerd aan schade

zonde - deficit - nadeel - strop - verlies