Vertaling van My ,
Voorbeelden in zinsverband
My mistake.
Mijn fout.
My father loves my mother.
Mijn vader houdt van mijn moeder.
My father's sister's husband is my uncle.
De echtgenoot van de zuster van mijn vader is mijn oom.
My mother cut my hair too short.
Mijn moeder heeft mijn haar te kort geknipt.
My sister is older than my brother.
Mijn zus is ouder dan mijn broer.
I had my brother repair my bicycle.
Ik liet mijn broer mijn fiets repareren.
I loved my life and my money.
Ik hield van mijn leven en mijn geld.
That's my dictionary.
Dat is mijn woordenboek.
My name is Ludwig.
Mijn naam is Ludwig.
My baggage is missing.
Mijn bagage ontbreekt.
I‘m ironing my handkerchiefs.
Ik strijk mijn zakdoeken.
My feet are cold.
Mijn voeten zijn koud.
Bob is my friend.
Bob is mijn vriend.
That's my answer!
Dat is mijn antwoord!
My sister is pretty.
Mijn zus is mooi.