Vertaling van mouths ,
Inhoud:
Engels
Nederlands
to mouth, to speak, to talk, to utter, to verbalise, to verbalize {ww.}
verbaliseren
he/she/it mouths
hij/zij/het verbaliseert
» meer vervoegingen van verbaliseren
he/she/it mouths
hij/zij/het verbaliseert
» meer vervoegingen van verbaliseren