Betekenis van:
balkon

balkon (het ~ | meervoud balkons)
Zelfstandig naamwoord
  • uitbouw aan een huis
"op het balkon"
"een balkon op het zuiden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

balkon
Zelfstandig naamwoord
  • een bouwkundig onderdeel
balkon
Zelfstandig naamwoord
  • een bepaalde plaats in tram of trein
balkon
Zelfstandig naamwoord
  • een rang in een theater of bioscoop

Voorbeeldzinnen

  1. Hoeveel kost het op het balkon?
  2. Een per wagen met bediening vanaf het voertuig (balkon of overloopbrug).
  3. Een per wagen met bediening vanaf het voertuig (balkon of overloopbrug)
  4. Één per wagen met bediening vanaf het voertuig (balkon of overloopbrug).
  5. Op ten minste 20 % van het materieelpark dient de parkeerrem vanaf de wagen te worden bediend (balkon of overloopbrug) of vanaf de grond.
  6. Één per wagen met bediening vanaf het voertuig (balkon of overloopbrug) en 20 % hiervan waarvan de vastzetrem ook vanaf de wagenvloer wordt bediend.
  7. Een per wagen met bediening vanaf het voertuig (balkon of overloopbrug) en 20 % hiervan met een parkeerrem die ook vanaf de wagenvloer wordt bediend.
  8. Ten minste 20 % van het materieelpark van een exploitant met bediening van de vastzetrem vanaf de wagen (balkon of overloopbrug) of vanaf de grond, verdeeld over het grootst mogelijke aantal wagentypen.