Betekenis van:
telegraaf

telegraaf (de ~ | meervoud telegrafen)
Zelfstandig naamwoord
  • toestel dat snel berichten kan versturen
"iets per telegraaf versturen"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Telegraaf (CPC 7522)
  2. Op 27 oktober 2004 had een bijeenkomst plaats met De Telegraaf.
  3. Bij brief van 3 juni 2003 van de Vereniging De Nederlandse Dagbladpers en bij brief van 19 juni 2003 van Uitgeversmaatschappij De Telegraaf.
  4. Aanvullende gegevens werden van een van de klagers (De Telegraaf) ontvangen op 25 juli 2005 en van de Nederlandse autoriteiten op 2 september.
  5. Ook inbegrepen zijn betalingen voor niet-industriële diensten, zoals honoraria voor juridisch adviseurs en accountants, bedragen voor octrooien en licenties (indien deze niet tot de vaste activa behoren), verzekeringspremies, kosten van vergaderingen van aandeelhouders en bestuursorganen, contributies voor bedrijfs- en beroepsverenigingen, uitgaven voor post, telefoon, elektronische communicatie, telegraaf en fax, vervoer van goederen en personeel, reclamekosten, provisies (indien deze niet zijn begrepen in de lonen), huur, bankkosten (behalve rentebetalingen) en alle andere zakelijke diensten die door derden worden verricht.
  6. Association of Commercial Television in Europe (ACT), bij brief van 15 april 2004; Arbeitsgemeinschaft der öffentlich-rechtlichen Rundfunkanstalten der Bundesrepublik Deutschland (ARD), per faxbericht van 8 april 2004; Broadcast Partners, definitieve versie bij brief van 27 april 2004; CLT-UFA, RTL/HMG en Yorin (hierna: „CLT-UFA”), bij brief van 14 april 2004; De Telegraaf, bij brief van 5 april 2004; Groep Nederlandse Dagbladpers, bij brief van 21 april 2004; Publieke Omroep, bij brief van 21 april 2004; SBS Broadcasting BV, bij brief van 26 april 2004; Branchevereniging van Nederlandse kabelbedrijven (VECAI) bij brief van 8 april 2004; Vereniging van Commerciële Radio (VCR), bij brief van 13 april 2004.