Betekenis van:
vetzucht

vetzucht (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • ziekte waarbij iemand veel vet ophoopt
"aan vetzucht lijden"

Synoniemen

Hyperoniemen

vetzucht
Zelfstandig naamwoord
  • ziekelijke vetafzetting in menselijke weefsels
"Vetzucht bij kinderen wordt een steeds groter probleem."

Voorbeeldzinnen

  1. Voor de vleesproductie gehouden varkens worden meestal ad libitum gevoederd tot zij bijna volwassen zijn, waarna het voer moet worden gerantsoeneerd om vetzucht te vermijden.