Betekenis van:
gevaccineerd

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. zijn niet gevaccineerd;
  2. zijn niet gevaccineerd;
  3. Indien recentelijk gevaccineerd, onderzoeken op wild virus.
  4. pluimvee dat tegen aviaire influenza is gevaccineerd;
  5. gevaccineerd hobbypluimvee individueel wordt geïdentificeerd en alleen:
  6. Er wordt niet tegen de ziekte gevaccineerd.
  7. andere bedrijven waar wordt gevaccineerd; of
  8. pluimvee dat tegen aviaire influenza is gevaccineerd;
  9. Gevaccineerd levend pluimvee, alsook broedeieren en eendagskuikens van gevaccineerd pluimvee mogen niet uit Frankrijk worden verzonden.
  10. andere bedrijven waar gevaccineerd en niet-gevaccineerd pluimvee volledig gescheiden kunnen worden gehouden; of
  11. andere bedrijven waar uitsluitend gevaccineerd pluimvee wordt gehouden; of
  12. gevaccineerd met een vaccin dat voldoet aan een DIVA-strategie;
  13. niet gevaccineerd zijn en afkomstig zijn van een bedrijf waar:
  14. Nederland heeft tot die datum gevaccineerd overeenkomstig het preventieve-vaccinatieplan.
  15. naar andere houderijen in Nederland waar preventief wordt gevaccineerd;