Betekenis van:
baker

baker
Zelfstandig naamwoord
  • een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam
"Een baker hoorde een ervaren, wat oudere vrouw te zijn."
baker (de ~ | meervoud bakers)
Zelfstandig naamwoord
  • (huishoudelijke) hulp in de kraamtijd; kraamverzorgster; (huishoudelijke) hulp in de kraamtijd

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Dalebout, M. L., Mead, J. G., Baker, C. S., Baker, A. N. en van Helden, A. L. 2002.
  2. Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Midway, Navassa, Palmyra en Wake
  3. van Helden, A. L., Baker, A. N., Dalebout, M. L., Reyes, J. C., van Waerebeek, K. en Baker, C. S. 2002.
  4. Mevrouw Mary G. BAKER, geboren te Londen (Verenigd Koninkrijk) op 27 oktober 1936,
  5. Mevrouw Mary Geraldine BAKER, geboren te Londen (Verenigd Koninkrijk) op 27 oktober 1936,
  6. Op 10 november 2004 heeft Baker & McKenzie namens Morinda Inc. bij de bevoegde Belgische instanties een verzoek ingediend voor een vergunning om bladeren van Morinda citrifolia als nieuw voedselingrediënt in de handel te brengen.
  7. Het Verenigd Koninkrijk heeft, overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG, op 18 augustus 2006 een aanvraag van Baker Petrolite ontvangen voor de opneming van de werkzame stof acroleïne in bijlage I bij die richtlijn voor gebruik in productsoort 12 (slijmbestrijdingsmiddelen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG.