Betekenis van:
burger-
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Ik ben een Romeins burger
- Burger van: Somalië.
- burger van de Unie zijn.
- De burger in de Europese Unie
- betreft het een gezinslid van een EU-burger?
- De burger helpen zich voor te bereiden op de euro
- Familieband met een EU-, EER- of CH-burger
- Hij stelt de burger en de betrokken instelling hiervan in kennis.
- Subsectoren B.1 tot en met B.12: minstens één bestuurder moet een Litouws burger zijn.
- de partner met wie de burger van de Unie een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft.
- Personalia van het gezinslid dat een EU-, EER- of CH-burger is
- „burger van de Unie”: eenieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit;
- Diensten en toepassingen voor de burger (e-gezondheid, e-overheid, e-leren, e-insluiting, enz.)
- De ombudsman doet een exemplaar van dit verslag toekomen aan de betrokken instelling en de burger.
- de burger een gevoel van verantwoordelijkheid voor de Europese Unie bijbrengen;