Betekenis van:
bandbreedte

bandbreedte (de ~ | meervoud bandbreedten, bandbreedtes)
Zelfstandig naamwoord
  • breedte v.e. band

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bandbreedte
  2. bandbreedte;
  3. Bandbreedte
  4. modulatie/bezette bandbreedte;
  5. 50 kHz bandbreedte
  6. 12,5 kHz bandbreedte
  7. 25 kHz bandbreedte
  8. de bandbreedte van mogelijke geldboeten.
  9. een "fractionele bandbreedte" van 20 % of meer;
  10. een "fractionele bandbreedte" van 20 % of meer;
  11. een "fractionele bandbreedte" van 20% of meer;
  12. (geïntegreerd over een bandbreedte van 1 MHz)
  13. een "fractionele bandbreedte" van 20 % of meer;
  14. „Fractionele bandbreedte” (3): de momentele bandbreedte gedeeld door de centrale frequentie, uitgedrukt in procenten.
  15. "Fractionele bandbreedte" (3): de momentele bandbreedte gedeeld door de centrale frequentie, uitgedrukt in procenten.