Betekenis van:
breedte

breedte (de ~ | meervoud breedten, breedtes)
Zelfstandig naamwoord
  • afstand
"een breedte van [5 meter]"
"in de breedte"

Hyperoniemen

Hyponiemen

breedte (de ~ | meervoud breedten, breedtes)
Zelfstandig naamwoord
  • afstand ten noorden of zuiden van de evenaar in graden van de meridiaan
"astronomische breedte"
"de geografische breedte"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breedte
Zelfstandig naamwoord
  • afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte
breedte
Zelfstandig naamwoord
  • de langs een meridiaan gemeten afstand in booggraden, vanaf de evenaar totaan een punt van beschouwing. Het hoogste punt, de pool, ligt op 90 graden noord of zuid.

Voorbeeldzinnen

  1. Breedte: …
  2. breedte
  3. Breedte
  4. Breedte:
  5. Breedte (k):
  6. Breedte achterbanden
  7. Breedte: … mm
  8. Breedte: … mm
  9. Breedte (g7): …
  10. Totale breedte
  11. Grootste breedte
  12. Breedte (mm)
  13. breedte rand:
  14. breedte sticker:
  15. breedte B ≤ 11,45 m.