Betekenis van:
personeelslid

personeelslid (het ~ | meervoud personeelsleden)
Zelfstandig naamwoord
  • lid v.h. personeel

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. het personeelslid:
  2. Handtekening van het personeelslid
  3. het gehuwde personeelslid;
  4. Het personeelslid moet eerst worden gehoord.
  5. huwelijk van het personeelslid: vier dagen;
  6. personeelslid dat geen recht heeft op de kostwinnerstoelage: 27,67 euro.
  7. Voor elk personeelslid wordt slechts één persoonsdossier bijgehouden.
  8. het niveau van de taken en verantwoordelijkheden van het personeelslid;
  9. Iedere voor het personeelslid nadelige beslissing wordt met redenen omkleed.
  10. het gedrag van het personeelslid gedurende zijn loopbaan tot dusver.
  11. Behalve door overlijden eindigt het dienstverband van het personeelslid:
  12. een personeelslid zijn verplichtingen krachtens de verordening niet nakomt;
  13. verhuizing van het personeelslid: ten hoogste twee dagen;
  14. Het personeelslid kan van dit recht geen afstand doen.
  15. handhaving van de functie die het personeelslid vervult;