Betekenis van:
Mark

mark (de ~ | meervoud marken)
Zelfstandig naamwoord
  • voormalige Duitse munteenheid
"de Duitse mark"

Hyperoniemen

mark
Zelfstandig naamwoord
  • munteenheid tot vóór de invoering van de euro in Duitsland in gebruikt
"Ik heb nog een paar oude markjes bewaard."
mark
Zelfstandig naamwoord
  • / een leen dat grensde aan het gebied van een ander rijk, meestal bestuurd door een markgraaf of markies
"De naam Denemarken maakt duidelijk dat dit gebied een mark was aan de grens met de Franken."
mark
Zelfstandig naamwoord
  • / een ongecultiveerd stuk land in gemeenschappelijk bezit

Voorbeeldzinnen

  1. De sigaren kosten twee mark.
  2. Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.
  3. De heer Mark Gauci
  4. Dr. Mark Steele”
  5. PPH „MARK” M.K.
  6. De heer Mark GAUCI
  7. MALTA De heer Mark GAUCI
  8. the manufacturer's or supplier s trade name or mark;
  9. De waarde is de waarde op basis van een modellenbenadering (mark-to-model).
  10. Punt 3 van deel 2 (Mark II Ulster Probe) wordt vervangen door:
  11. Eudamed maakt gebruik van HTTPS (Securized Hypertext Transfer Protocol) en van XML (Extensible Mark-up Language).
  12. Voorts heeft KBC al voorzieningen genomen voor aanzienlijke mark-to-market verliezen.
  13. Waarderen tegen marktwaarde (’mark to market’) is het minstens dagelijks bepalen van de waarde van posities op basis van direct beschikbare slotkoersen, afkomstig van onafhankelijke bronnen.
  14. Wordt de future echter om boekhoudkundige redenen onderworpen aan een mark-to-market-waardering, dan wordt de dagwaarde op de vrije markt bepaald.
  15. De waardevermindering ten gevolge van de mark-to-market-waardering moest op de balans als verlies worden opgevoerd en leidde daarmee tot een vermindering van het eigen vermogen.