Betekenis van:
jachtseizoen
jachtseizoen (het ~ | meervoud jachtseizoenen)
Zelfstandig naamwoord
- periode voor de jacht
"het begin/einde van het jachtseizoen"
"gedurende/tijdens het jachtseizoen"
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- „geschoten gezonde hertachtigen”: gezonde wilde hertachtigen die tijdens het jachtseizoen zijn geschoten;
- De lidstaten voltooien het onderzoek uiterlijk aan het eind van het jachtseizoen van 2007.
- Het verslag over 2007 omvat de resultaten van het jachtseizoen van 2007, ook al zijn enkele monsters in 2008 genomen.
- Zij bepaalt dat de lidstaten hun onderzoek uiterlijk aan het eind van het jachtseizoen van 2007 voltooien.
- „Het verslag over 2008 omvat de resultaten van het jachtseizoen van 2008, ook al zijn enkele monsters in 2009 genomen.”.
- Aangezien wilde herten hoofdzakelijk bemonsterd moeten worden gedurende het jachtseizoen, dat van beperkte duur is, moet deze beschikking van toepassing worden na de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1923/2006, zodat de lidstaten voldoende tijd hebben om de streefaantallen monsters te nemen.