Betekenis van:
seizoen
seizoen (het ~ | meervoud seizoenen)
Zelfstandig naamwoord
- periode v.h. jaar geschikt voor iets
"het seizoen is begonnen/geopend"
"het seizoen openen met iets"
Hyperoniemen
Hyponiemen
seizoen
Zelfstandig naamwoord
- één van de vier periodes waarin het jaar verdeeld wordt, en gekenmerkt wordt door astronomische en klimatologische eigenschappen.
seizoen
Zelfstandig naamwoord
- een jaarlijks terugkerende periode
Voorbeeldzinnen
- De zomer is mijn favoriete seizoen.
- Het seizoen moet ten minste één maand duren;
- Zij geeft dan ook de voor verkoop beschikbare hoeveelheden weer, die ofwel in hetzelfde seizoen worden verkocht, ofwel worden opgeslagen en in het volgende seizoen verkocht.
- moet in het bijzonder worden versterkt tijdens het seizoen van de vectoractiviteit;
- De bemonstering moet representatief voor elk gebied en elk seizoen zijn.
- In de OFI-sleutelgroep wordt de waarde „N” gebruikt, voor reeksen die noch voor seizoen, noch voor werkdag zijn gecorrigeerd.
- Aantal vervoerde passagiers per seizoen (mei-september) tussen het Franse vasteland en Corsica - seizoenen 2000 tot en met 2007
- Er dient te worden gezorgd voor een licht-donkercyclus die op de soort, de levensfase en het seizoen is afgestemd.
- Zakenreizen zijn verder onderverdeeld in Uitgaven door seizoen- en grensarbeiders (code 238) en Overige zakenreizen (code 239).
- De hoge prijzen in 2003 hielden verband met hoge grondstofkosten als gevolg van de slechte oogst in dat seizoen.
- Voor het begin van het seizoen moeten ontwerpen worden gemaakt, grondstoffen worden uitgezocht, leveranciers gekozen en sommige gereedschappen (mallen) en prototypen gemaakt.
- gedurende het gehele seizoen moet per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. één exemplaar worden gemerkt en vrijgelaten volgens het merkprotocol („tagging protocol”) van de CCAMLR.
- De verzamelde gegevens worden door of namens de betrokken luchtvaartmaatschappijen voor elk IATA-seizoen na 1 mei 2004 aan de Commissie overgelegd.
- In het geval van langoestines loopt het seizoen van maximale productie volgens een studie van de Ofimer over deze schaaldieren [7] van half april tot augustus.
- In ons Europese klimaat worden symptomen zelden in het veld aangetroffen en dan vaak nog slechts aan het eind van het seizoen.