Betekenis van:
ouderpaar
ouderpaar (het ~ | meervoud ouderparen)
Zelfstandig naamwoord
- stel ouders
"in de sloot woont een ouderpaar eenden met vele jonge eendjes"
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Voor het kweken van monogame soorten dienen familiegroepen te worden samengesteld bestaande uit een ouderpaar en twee of meer groepen nakomelingen.
- Penseelaapjes en tamarins dienen te worden gehuisvest in familiegroepen bestaande uit een ouderpaar (een mannetje en een wijfje die onderling niet verwant zijn) en één of meer reeksen nakomelingen.
- In het wild hebben zij één tot vier ha grote territoria die worden bezet door uitgebreide families die drie tot vijftien dieren tellen en bestaan uit een ouderpaar en hun nakomelingen.