Betekenis van:
ijzel
ijzel (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- tot ijslaag geworden regen
"door de ijzel zijn alle wegen glad"
"er treedt ijzel op"
Hyperoniemen
ijzel
Zelfstandig naamwoord
- onderkoelde regen die in ijs overgaat eenmaal in aanraking met de grond
"IJzel leidt vaak tot chaos en veel ellende op de weg."
Voorbeeldzinnen
- Er is ijzel op de baan.
- (Sneeuw, ijzel en hagel)
- Sneeuw, ijzel en hagel
- Er moet worden gekeken naar het effect van alle soorten sneeuw, ijzel en/of hagel.