Betekenis van:
neerslag

neerslag (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • wat in de vorm van regen, sneeuw of hagel uit de lucht valt
"zware neerslag"
"kans op neerslag"

Hyperoniemen

Hyponiemen

neerslag (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • opgeschreven ervaringen enz.
"de neerslag vormen van iets"
"zijn neerslag vinden in iets"

Hyperoniemen

neerslag (de/het ~ | meervoud neerslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • onoplosbare stof in vloeistof; bezinksel
"er vormt zich neerslag"

Synoniemen

Hyperoniemen

neerslag
Zelfstandig naamwoord
  • hemelwater dat in de vorm van regen, sneeuw, hagel enzovoort uit de lucht valt
neerslag
Zelfstandig naamwoord
  • bezinksel

Voorbeeldzinnen

  1. Neerslag
  2. Neerslag
  3. PR neerslag
  4. hevige neerslag,
  5. hevige neerslag;
  6. Neerslag met polyethyleenglycol 600
  7. Neerslag met salpeterzuur
  8. Neerslag met calciumchloride
  9. Neerslag en doorval
  10. Neerslag met ammoniumsulfaat
  11. Totale hoeveelheid neerslag
  12. Er ontstaat een neerslag.
  13. Er ontstaat een gele neerslag.
  14. Er ontstaat een witte neerslag
  15. Er wordt geen neerslag gevormd.