Betekenis van:
afgesproken

afgesproken
  • Samen of in coöperatie gedaan of uitgevoerd.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Deze aansprakelijkheid betreft zowel de kwaliteit van het product als de afgesproken leveringstermijn.
  2. De verhaalsmogelijkheden worden niet tijdig gegeven (verwachte of de afgesproken termijn).
  3. Het goed is niet tijdig geleverd/de dienst is niet tijdig verricht (verwachte of afgesproken termijn).
  4. Evacuatieprocedures voor de brandweer moeten met de ontvangende staat worden afgesproken.
  5. Geen reden voor verlaging van vergoeding vanwege het afgesproken vaste karakter ervan
  6. Bovendien heeft de Gemeenschap in overeenkomsten met sommige derde landen afgesproken geen uitvoerrestituties te verlenen.
  7. De gesprekken met de uitgenodigde deskundigen of teams verlopen volgens een van tevoren door de jury afgesproken patroon.
  8. Voor welke installaties zijn tijdelijk methoden van een ander niveau toegepast dan de met de bevoegde autoriteit afgesproken methoden?
  9. Zo is niet afgesproken dat het totale derdenbelang van de spaarbanken voor onbepaalde tijd op peil zou worden gehouden.
  10. De gesprekken met de uitgenodigde deskundigen of teams verlopen volgens een van tevoren door het evaluatiecomité afgesproken patroon.
  11. HSY was met name niet in staat om het rijdend materieel in overeenstemming met het afgesproken tijdschema te produceren.
  12. Ook moet worden opgemerkt dat een vergoeding voor ingebracht vermogen normaal gesproken tussen investeerder en onderneming wordt afgesproken.
  13. Voor de inbreng van de andere aandelen in de kapitaalreserve was in het geheel geen vergoeding afgesproken.
  14. In dit geval hebben de aandeelhouders van WestLB blijkbaar onderling de door WestLB te betalen vergoeding afgesproken, hetgeen ongebruikelijk lijkt.
  15. Dit strookt met de verklaring dat alle aandeelhouders hadden afgesproken dat de door de gemeente Amsterdam gefinancierde voorinvesteringen moesten worden vergoed.