Betekenis van:
fuik

fuik (de ~ | meervoud fuiken)
Zelfstandig naamwoord
  • vangnet voor vissen
"in een fuik terechtkomen"
"visvangst met fuiken"

Synoniemen

Hyperoniemen

fuik
Zelfstandig naamwoord
  • een langwerpig visnet dat in een punt toelopend is
"De fuik wordt vaak gebruikt bij het vissen."
fuik
Zelfstandig naamwoord
  • een val
"De politie zet een fuik op."