Betekenis van:
neus-

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Je neus bloedt.
  2. Een olifant heeft een lange neus.
  3. Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht.
  4. Toen ik mijn ogen weer open deed, stond er ineens een onbekende dame voor mijn neus.
  5. Behalve van een verstopte neus, heb ik ook last van verhoging.
  6. "Weet jij waar mijn sleutel is? Ik zie hem nergens." "Dan kijk je zeker met je neus, want hij ligt gewoon op tafel."
  7. Neus
  8. schoeisel met beschermende neus.
  9. Keel-, neus- en oorheelkunde
  10. Keel-, neus- en oorheelkunde
  11. met beschermende metalen neus
  12. KEEL-, NEUS- EN OORHEELKUNDE/OTORHINOLARYNGOLOGIE
  13. Schoeisel met metalen neus, bovendeel leder
  14. schoeisel met beschermende metalen neus– s)
  15. ander schoeisel met beschermende metalen neus