Betekenis van:
het spijt me
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Het spijt me zeer.
- Het spijt me werkelijk.
- Het spijt me dat te horen.
- Het spijt me, ik heb geen wisselgeld.
- Het spijt me dat te horen.
- Het spijt me, ik hou van je.
- Het spijt me, ik ben vergeten mijn huiswerk te doen.
- Het spijt me dat ik je zoveel problemen heb bezorgd.
- Het spijt me dat ik je mail per ongeluk opende.
- Het spijt me zeer dat ik zo laat ben!
- Het spijt me dat ik je vanavond niet kan ontmoeten.
- Het spijt me erg om dat te horen.
- Het spijt me, maar ik moet nu naar huis gaan.
- Het spijt me dat ik je aan het huilen heb gemaakt.
- Het spijt me dat ik vandaag niet met je mee kan gaan.