Betekenis van:
basic

basic
Zelfstandig naamwoord
  • haakje waarmee wonden gedicht worden
  • (usually plural) a necessary commodity for which demand is constant

Synoniemen

Hyperoniemen

basic
Zelfstandig naamwoord
  • hechtkrammetje
  • (usually plural) a necessary commodity for which demand is constant

Synoniemen

Hyperoniemen

basic
Zelfstandig naamwoord
  • het belangrijkste wat te genieten wordt gegeven
  • (usually plural) a necessary commodity for which demand is constant

Synoniemen

Hyperoniemen

basic
Zelfstandig naamwoord
  • Basic, BASIC
  • a popular programming language that is relatively easy to learn; an acronym for beginner's all-purpose symbolic instruction code; no longer in general use

Hyperoniemen

basic
Bijvoeglijk naamwoord
  • onaanzienlijk
  • of or denoting or of the nature of or containing a base

Hyperoniemen

basic
Bijvoeglijk naamwoord
    • serving as a base or starting point
    "a basic course in Russian"
    "basic training for raw recruits"

    Synoniemen

    basic
    Bijvoeglijk naamwoord
      • pertaining to or constituting a base or basis
      "a basic fact"
      "the basic ingredients"
      basic
      Bijvoeglijk naamwoord
        • reduced to the simplest and most significant form possible without loss of generality
        "a basic story line"

        Synoniemen