Betekenis van:
dog house

dog house
Zelfstandig naamwoord
  • toren voor de wacht
  • outbuilding that serves as a shelter for a dog

Synoniemen

Hyperoniemen

dog house
Zelfstandig naamwoord
  • hondenhok
  • outbuilding that serves as a shelter for a dog

Synoniemen

Hyperoniemen

dog house
Zelfstandig naamwoord
  • hondenfokkerij; plaats waar honden worden gefokt
  • outbuilding that serves as a shelter for a dog

Synoniemen

Hyperoniemen

dog house
Zelfstandig naamwoord
  • hondehok, hondenhok
  • outbuilding that serves as a shelter for a dog

Synoniemen

Hyperoniemen

dog house
Zelfstandig naamwoord
  • hondenpension
  • outbuilding that serves as a shelter for a dog

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord