Betekenis van:
dutch door

dutch door
Zelfstandig naamwoord
    • an exterior door divided in two horizontally; either half can be closed or open independently

    Synoniemen

    Hyperoniemen


    Voorbeeldzinnen

    1. in Dutch: Verpakt boterconcentraat bestemd voor rechtstreekse consumptie in de Gemeenschap (over te nemen door de detailhandel)
    2. in Dutch Basmati-rijst van GN-code 10062017 of 10062098, ingevoerd met nulrecht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1549/2004, vergezeld van het echtheidscertificaat nr. …, opgesteld door [naam van de bevoegde instantie]