Betekenis van:
evangelist

evangelist
Zelfstandig naamwoord
  • evangelieschrijver
  • a preacher of the Christian gospel

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

evangelist
Zelfstandig naamwoord
  • voorganger in evangelisatiebijeenkomst
  • a preacher of the Christian gospel

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

evangelist
Zelfstandig naamwoord
  • evangelieprediker
  • a preacher of the Christian gospel

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

evangelist
Zelfstandig naamwoord
    • (when capitalized) any of the spiritual leaders who are assumed to be authors of the Gospels in the New Testament: Matthew, Mark, Luke, and John

    Hyperoniemen


    Voorbeeldzinnen

    1. Tom is an evangelist.
    2. The tele-evangelist has a large, if deluded, following.